Visie en vaststelling

Laten we beginnen met een vaststelling: we weten al veel over ASS en hebben al veel ervaring hoe we kinderen en jongeren kunnen helpen. Maar tegelijk merken we dat telkens er een studie gepubliceerd wordt, de zaken opnieuw complexer worden.
De gevolgen daarvan worden dan ook voelbaar in de praktijk: na de overschakeling van DSM-IV naar DSM-V blijken zo’n 30 % van de eerdere diagnoses plots buiten de vooropgestelde criteria te vallen.
Die 30 % krijgt dan misschien een andere diagnose zoals bijvoorbeeld ‘sociale communicatiestoornis’. En dan is er ook nog de sensorische over- of ondergevoeligheid, die in de DSM-IV – classificatie niet als criterium voorkwam, maar wel opgenomen is in DSM-V. Allemaal een kwestie van keuzes maken. Zo zijn er nog wel een aantal zaken die zich moeilijk laten classificeren, denken we maar in het algemeen aan ASS en comorbiditeit: ADHD, tics, angsten, depressie, … of wat te denken van zaken als ASS en genderdysforie of ASS en bipolaire stoornis ? Voor deze zaken zijn er geen sluitende maatstaven en ze zijn ook quasi onmogelijk te differentiëren door een soort overlap van symptomen.
Het zijn zaken die een grote impact hebben op het welbevinden en om veel meer vragen dan structuur, picto’s en dagschema’s.
Met die technieken en hulpmiddelen helpen we kinderen en jongeren op een sociaal aanvaardbare manier te functioneren en leren, maar wie praktijkervaring heeft weet dat die inspanningen geweldig veel energie vragen van hen. Vandaar de soms extreme vermoeidheid, en toch niet kunnen slapen, of de escalaties bij thuiskomst na school. De overload aan prikkels, stress en informatie zorgen voor een geweldige nood aan ontladen.
Knappere kinderen houden die intensieve inspanning om zichzelf te handhaven langer vol, vaak tot in de eerste jaren van het secundair. Maar uiteindelijk dreigen ze te begeven onder de veelheid van te hanteren overlevingsstrategieën en compenserende inspanningen.
Dat komt omdat er al gedurende de hele schoolloopbaan ingezet werd op maskeren, compenseren, en dan: remediëren, bijwerken, extra’s, etc. …
Maar: ‘de kruik gaat te water tot ze barst…’.

Wij, in de pASSage, hebben een jarenlange expertise opgebouwd in de klaspraktijk, de leefgroep, de GON-begeleiding, het Ondersteuningsnetwerk, de competentieontwikkeling…
Onze kracht zit echter in ons mensbeeld en in onze persoonlijke inbreng: in hoe wij kijken naar en inwerken op een kind/jongere met ASS.
De ontwikkeling zien wij niet als een lineair proces, maar als een organisch en cyclisch proces, waarop wij aansluiting zoeken om er vervolgens op in te werken.

Wij gaan dus naast de klassieke technieken die vooral focussen op gedragsregulering en resultaatgerichte leerwinst, inzetten op de wils-ontwikkeling, ritme en vormkrachten: activiteiten die het welbevinden bevorderen en die eigenlijk een weldaad zouden zijn voor ieder kind.


Wij vergelijken het met zaaien, waarbij je ook niet onmiddellijk gaat oogsten, maar de cyclus van kiemen, groeien en bloeien respecteert, om daarna, iets later dus, de vruchten te kunnen plukken. Het zaaien en oogsten doe je samen, maar het kiemen, groeien en bloeien doen ze zelf, op hun ritme, op hun manier.


Maak kennis met ons ‘Auti-Adviesteam’.